Opties

  1. Selecteer Configuratie > Systeem > Systeem opties.

  2. Configureer de velden zoals in de volgende tabel wordt aangegeven.

Systeem opties

 

Welke opties worden weergegeven, is afhankelijk van de beveiligingsklasse van het systeem.

 

Beperking

Systeem optie

Omschrijving

Algemene instellingen

 

Gebieden

Selecteer deze optie om meerdere gebieden toe te staan in het systeem.

Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven voor de installatietypen Huishoudelijk en Commercieel.

 

Gecodeerd herstel

Alleen klasse 3: Een gebruiker die niet het recht heeft een alarm te herstellen, kan het alarm herstellen met deze functie. Bij het herstellen van een alarm, is een code van 6 cijfers vereist. De gebruiker moet contact opnemen met de installateur om een herstelcode te generen. Met deze code kan de gebruiker het alarm herstellen.

 

Offline sabotage

Schakel dit selectievakje in als offline uitbreidingszones een zonesabotage moeten genereren.

 

Keyfob herstel

Selecteer deze optie als met de keyfob waarschuwingen kunnen worden hersteld door te drukken op de toets Uitschakelen.

Alleen web

Audio expander LED

Indien aangevinkt zal de LED van de audio uitbreiding niet aangaan als de microfoon actief is.

 

Melden in Eng. mode

Als deze optie is ingeschakeld, meldt het paneel altijd alarmactiveringen en paniekalarmen.

 

Uitgangen in Eng. mode

Als deze optie is geselecteerd, worden de volgende onderdelen niet gedeactiveerd in de modus Engineer volledig:

  • Controlleruitgangen

  • Expanderuitgangen

  • Indicator-led's

  • Sleutelschakelaar-led's

 

Alarm bij communicatiefout

Als een waarschuwing ‘Kan niet communiceren’ wordt gegenereerd, worden buitensirenes geactiveerd.

 

Dwang herstarten

Indien aangevinkt zal dwang alarm herstarten.

 

Paniek herstarten

Indien aangevinkt zal paniek alarm herstarten.

 

Override lezer leds

Als deze optie is ingeschakeld, wordt het LED-gedrag van lezers bestuurd door het paneel.

 

Stil tijdens Audio verificatie

Indien aan, zullen de binnen en buiten sirenes (systeem en gebied), de bediendeel zoemers en spraakboodschappen op het comfort-bediendeel stil zijn tijdens audio verificatie.

 

Watchdog uitgang modus

Schakelt uitgang 6 op de SPC-controller in voor bewakingsdoeleinden. De volgende bedrijfsmodi kunnen worden geselecteerd voor de uitgang watchdog:

  • Uitschakelen — Uitgang 6 is beschikbaar als algemene uitgang.

  • Ingeschakeld — Uitgang 6 is normaal UIT, maar wordt ingeschakeld bij een watchdogfout.

  • Gepulseerd — Uitgang 6 wordt gepulseerd met intervallen van 100 ms.

  • Inverteren — Uitgang 6 is normaal AAN maar wordt uitgeschakeld bij een watchdogfout.

De volgende opties combineren de ingeschakelde optie met de hardwarefoutrapportering bij een ernstige fout van de microprofessor. Als een dergelijke fout zich voordoet, wordt een SIA-gebeurtenis naar PAC1 gestuurd.

Opmerking: De PAC moet worden geconfigureerd om SIA en SIA uitgebreid 1 of 2 te gebruiken. CID en FF worden niet ondersteund door deze rapporteringsmethode.

  • Ingeschakeld + Rapportering (10s) — De fout wordt 10 seconden nadat de fout werd gedetecteerd naar PAC1 gestuurd. Deze optie moet worden gebruikt om te voldoen aan VdS 2252.

  • Ingeschakeld + Rapportering (60s) — De fout wordt 60 seconden nadat de fout werd gedetecteerd naar PAC1 gestuurd.

De gemelde SIA-gebeurtenis is HF en de uitbreide SIA meldt de hardwarefout.

Opmerking: Hardwarefouten worden niet gemeld als de ingenieur in het systeem is aangemeld.

Voor meer informatie over ARC's, zie ARC's (Alarm Reporting Centres).

 

SPCP355

VdS-voeding inschakelen.

Voor VDS-installaties wordt deze optie automatisch geselecteerd.

 

Sirene bij inschakelen mislukt

Schakel dit selectievakje in om de interne sirene te activeren als het instellen van het systeem is mislukt.

 

Flits bij inschakelen mislukt

Schakel dit selectievakje in om het flitslicht te activeren als het instellen van het systeem is mislukt.

Verberg overbrugging

Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden overbruggingsberichten niet meer weergegeven op het keypad.

 

Accucapaciteit

Totale batterijcapaciteit in AH, alleen voor paneel (3–100Ah). U moet deze waarde en de Max stroom invoeren als u wilt dat de resterende batterijduur wordt weergeven op het keypad bij een stroomstoring. Dit wordt aangegeven onder de menuoptie STATUS > BATTERIJ > BATTERIJ TIJD.

 

Max stroom

De totale stroomopname van de batterijen bij een stroomstoring (30–20000mA). U moet deze waarde en de Batterij capaciteit invoeren als u wilt dat de resterende batterijduur wordt weergeven op het keypad bij een stroomstoring. Dit wordt aangegeven onder de menuoptie STATUS > BATTERIJ > BATTERIJ TIJD.

Deelschakeling

 

Deelschakeling A hernoemen

Voer een geschikte naam in voor de modus DEELSCHAKELING A (bijvoorbeeld Nachtmodus).

 

Deelschakeling B hernoemen

Voer een geschikte naam in voor de modus DEELSCHAKELING B (bijvoorbeeld Alleen verdieping 1).

Alarm

 

Sirene bij eerste

Schakel dit selectievakje in om relevante sirenes te activeren bij een onbevestigd alarm. Als dit selectievakje is uitgeschakeld, worden de desbetreffende sirenes alleen geactiveerd bij een bevestigd alarm of als de detector die het onbevestigde alarm heeft veroorzaakt, opnieuw wordt geactiveerd.

 

Sirene hertrigger

Schakel dit selectievakje in als sirenes opnieuw moeten afgaan als een tweede activering van een zone wordt gedetecteerd (nadat de sirenetijd is verstreken). Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, klinken de externe sirenes maar één keer.

Alleen web

Verbied inschakelen met waarsch.

Indien aangevinkt kan een gebruiker geen gebied inschakelen als er een gebied of systeem waarschuwing actief is op het systeem.

Opmerking: Deze optie is alleen beschikbaar als bij Standaarden > Regio Zwitserland is geselecteerd of als de Beveiligingsklasse 'Onbeperkt' is geselecteerd.

 

Herstel bij uitschakelen

Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden waarschuwingen in de modus Uitgeschakeld automatisch gewist na 30 seconden.

Opmerking: Om te voldoen aan PD6662 moet u deze optie uitschakelen.

Antimask inschakelen

Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld als gevolg van antimask detectie als het paneel wordt ingeschakeld. Opties zijn Uitgeschakeld, Sabotage, Probleem en Alarm.

De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:

  • Ierland - Alarm

  • Alle andere regio's - Alarm

Antimask uitschakelen

Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld als gevolg van antimask detectie als het paneel wordt uitgeschakeld. Opties zijn Uitgeschakeld, Sabotage, Probleem en Alarm.

De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:

  • Ierland - Uitgeschakeld

  • Alle andere regio's - Sabotage

EOL buiten bereik bij syst. UIT

Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van een EOL buiten bereik als het paneel uit is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem.

De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:

  • Duitsland VDS – Sabotage

  • Alle overige regio's - Probleem

EOL buiten bereik bij system IN

Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van een EOL buiten bereik als het paneel ingeschakeld is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem.

De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:

  • Duitsland VDS – Sabotage

  • Alle overige regio's - Probleem

Zone onstabiel bij uitgeschakeld

Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van Zone onstabiel als het paneel uit is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem.

Een zone is onstabiel als niet binnen 10 seconden een geldige sample kan worden verkregen.

De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:

  • Duitsland VDS – Sabotage

  • Alle overige regio's - Probleem

Zone onstabiel bij ingeschakeld

Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van Zone onstabiel als het paneel ingeschakeld is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem.

Een zone is onstabiel als niet binnen 10 seconden een geldige sample kan worden verkregen.

De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:

  • Duitsland VDS – Sabotage

  • Alle overige regio's - Probleem

 

End of Line
(EOL WEERSTAND)

Selecteer de EOL-afsluitweerstanden die van toepassing zijn op Alle zones op het systeem of nieuwe zones die zijn toegevoegd aan het systeem. Selecteer een waarde om de geschikte functie in te schakelen.

Schakel het selectievakje Update alle zones in als u een nieuwe EOL-instelling wilt toepassen op alle bestaande zones. Als u de waarde End of Line wijzigt maar dit selectievakje niet inschakelt, worden de nieuwe instellingen alleen toegepast op zones die worden toegevoegd nadat de waarde is gewijzigd.

EOL breed

Als deze optie is ingeschakeld, wordt EOL breedband gebruikt.

 

Waarschuwing hoorbaar

Indien aangevinkt dan triggeren WPA* verdacht alarmen akoestische en visuele indicaties op het keypad (alleen financiële modus).

 

Seismische test bij Manueel in

Indien aangevinkt dan zullen alle seismische sensoren in elk gebied dat wordt ingeschakeld, getest worden voor het inschakelen (alleen financiële modus).

Automatisch herstel

Schakel deze functie in als u waarschuwingen op het systeem automatisch wilt herstellen, dat wil zeggen wanneer de open zone die een alarm heeft geactiveerd, wordt gesloten, hoeft u de waarschuwing niet handmatig te herstellen op het keypad of de browser. Als de optie is uitgeschakeld, kan de gebruiker waarschuwingen niet herstellen door de ingang te resetten die de waarschuwing heeft geactiveerd.

Uitgangsalarm

Aangezet: Als een non-inloop/uitloopzone wordt geactiveerd tijdens de aftelling van de uitloopvertraging, wordt een lokaal alarm geactiveerd door een rinkelende bel.

Uitgezet: Als een non-inloop/uitloopzone wordt geactiveerd tijdens de aftelling van de uitloopvertraging, wordt een lokaal alarm geactiveerd door een rinkelende bel.

Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven als de klasse Onbeperkt is geselecteerd aangezien het aanzetten ervan niet in overeenstemming is met EN50131. Als u de Regio Zwitserland of België kiezen onder Standaard Compliance instellingen, is deze optie automatisch ingeschakeld, maar niet zichtbaar onder Opties.

Alarm bij ingang

Aangezet: als een non-inloop/uitloopzone wordt geactiveerd tijdens de aftelling van de inloopvertraging, wordt een lokaal alarm geactiveerd door een rinkelende bel.

Uitgezet: Als een non-inloop/uitloopzone is geactiveerd tijdens de volledige afteltijd voor de inloop, wordt geen alarm geactiveerd.

Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven als de klasse Onbeperkt is geselecteerd aangezien het aanzetten ervan niet in overeenstemming is met EN50131. Als u de Regio Zwitserland kiest onder Standaard Compliance instellingen, is deze optie automatisch ingeschakeld, maar niet zichtbaar onder Opties.

Bevestiging

Bevestiging

De variabele Bevestiging bepaalt wanneer een alarm moet worden beschouwd als een bevestigd alarm.

  • BS8243:
    Hiermee wordt conformiteit met de vereisten van de Engelse politie afgedwongen. Dit is een specifieke vereiste voor commerciële installaties in het Verenigd Koninkrijk. In deze richtlijnen is vastgelegd dat een alarm alleen als bevestigd alarm wordt beschouwd als aan de volgende voorwaarde wordt voldaan:
    Na activering van een eerste zonealarm en vóór het verstrijken van de tijd voor bevestiging van het alarm, wordt er een tweede zonealarm geactiveerd. De bevestigingstijd voor het alarm moet tussen 30 en 60 minuten zijn. (Zie Timers.)
    Als er geen tweede zonealarm wordt geactiveerd binnen de bevestigingstijd van het alarm, wordt het eerste zonealarm uitgesteld. De bevestigingsoptie BS8243 wordt automatisch ingesteld als u de optie Standaarden > Regio instelt op Engeland.

  • Garda:
    Hiermee worden de richtlijnen voor bevestigde alarmen afgedwongen die worden voorgeschreven door de Ierse Garda. In deze richtlijnen is vastgelegd dat een alarm wordt beschouwd als een bevestigd alarm zodra een tweede zonealarm wordt geactiveerd op het systeem binnen één ingestelde alarmperiode. De bevestigingsoptie Garda wordt automatisch ingesteld als u de optie Standaarden > Regio instelt op Ierland.

  • EN-50131-9
    Hiermee wordt conformiteit afgedwongen met de norm EN-50131-9 en de Spaanse richtlijn “INT/316/2011 Order of 1 February on the operation of alarm systems in the field of private security”. Deze richtlijn schrijft voor dat een alarm alleen als bevestigd alarm wordt beschouwd als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
    - 3 zoneactiveringen in 30 minuten (standaard), waarbij twee activeringen van hetzelfde apparaat mogen komen als de activeringen van een verschillende type zijn, dat wil zeggen een alarm/sabotage.
    - 1 alarmactivering gevolg door een ATS[1]-fout binnen 30 minuten (standaard).
    - ATS-fout gevolg door een sabotage- of alarmconditie binnen 30 minuten (standaard).
    Als na 30 minuten de normale fysieke toestand van de zone weer wordt hersteld, worden de waarschuwingen van de zone hersteld als een gebruiker van niveau 2 de waarschuwing kan herstellen. In dit geval accepteert de zone een nieuwe waarschuwingsconditie die een nieuwe activering veroorzaakt.
    Als de normale fysieke toestand van de zone niet is hersteld, wordt die zone uitgesteld als uitstellen van de zone is toegestaan.
    Als zich een waarschuwing (ATS) voordoet na de periode van 30 minuten (standaard), begint de timer van 30 minuten opnieuw.
    De bevestigingsoptie conform EN50131-9 wordt automatisch ingesteld wanneer de optie Standaarden > Regio is ingesteld op Spanje.

  • VDS
    Hiermee wordt conformiteit met de norm VDS afgedwongen.

Bediendeel

Toon status altijd
(TOON STATUS)

Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de inschakelstatus van het systeem (Ingeschakeld/Deelschakeling/Uitgeschakeld) permanent weergegeven op de onderste regel van de keypaddisplay. Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, wordt de inschakelstatus na 7 seconden niet meer weergegeven op de bediendeeldisplay.

 

Toon open zones

Indien aangevinkt worden open zones getoond op het bediendeel in uitgeschakelde toestand.

 

Oproep PAC bericht

Indien het selectievakje is ingeschakeld, wordt het ARC-bericht tot 30 seconden na uitschakeling op het keypad getoond, nadat bevestigd alarm is doorgemeld.

 

Oproep PAC details 1

Bericht dat getoond moet worden op regel 1 van het bediendeel (16 tekens).

 

Oproep PAC details 2

Bericht dat getoond moet worden op regel 2 van het bediendeel (16 tekens).

 

Toon camera's

Indien aangevinkt zullen offline camera's getoond worden op het bediendeel in uitgeschakelde modus.

 

Log Keypad toegang

Schakel deze optie in om de keypadtoegang van de gebruikers te registreren (succesvolle en mislukte pogingen).

 

Taal in dagstand

Selecteer de taal die wordt weergegeven bij inactiviteit.

  • Systeemtaal: Taal waarin menu's en teksten op de keypads, webinterface en gebeurtenissenlogboek worden getoond.

  • Laatst gebruikt: De laatst gebruikte taal wordt weergegeven bij inactiviteit.

 

Vereenvoudigd menu gebruiken

Schakel deze optie in voor het gebruiken van vereenvoudigde in-/uitschakelmenu's op de ‘Comfort’ en ‘Compact’ keypads (alleen voor één gebiedconfiguratie).

PIN

 

Code lengte

Voer het aantal cijfers in voor gebruiker-PINs (max. 8 cijfers). Als u een groter aantal tekens kiest, worden bestaande PIN's aangevuld met voorlopende nullen. De PIN 2134 (4 tekens) verandert bijvoorbeeld in 00002134 als het aantal tekens wordt ingesteld op 8. Als u een kleiner aantal tekens kiest, worden voorlopende nullen verwijderd bij bestaande PIN's. De PIN 00002134 (8 tekens) verandert bijvoorbeeld in 02134 als het aantal tekens wordt ingesteld op 5.

Opmerking: Deze optie kan niet worden gewijzigd als er in SPC Manager een digit mode is ingesteld voor PIN's. Zie SPC manager.

Opmerking: PIN-codes moeten bestaan uit meer dan 4 tekens om te voldoen aan INCERT-goedkeuringen.

 

Tag + code

Als deze optie is geselecteerd, zijn zowel de kaart als de PIN vereist.

 

Gebruiker dwang

Selecteer een van de volgende Dwang-opties om deze functie te activeren op het systeem.

  • PIN +1 (de PIN voor en na de gebruiker-PIN worden gereserveerd voor dwang).

  • PIN + 2 (twee PIN's voor en na de gebruiker-PIN worden gereserveerd voor dwang).

Dwang moet worden ingeschakeld voor individuele gebruikers. Zie paragraaf over Een gebruiker toevoegen/bewerken.

 

PIN-beleid

Klik op Bewerken om opties te selecteren voor PIN-gebruik.

  • Periodieke wijzigingen vereist – hiermee dwingt u af dat gebruikerscodes regelmatig worden veranderd. De periode wordt gedefinieerd in het veld Code geldig van Timers. Zie Timers.

  • Waarsch. indien wijziging nodig – de gebruiker ontvangt een waarschuwing als de code bijna vervalt of is vervallen. De waarschuwingsperiode wordt gedefinieerd in het veld Code waarschuwing van Timers. Zie Timers.

  • Gebruiker sel. de laatste digit – hiermee staat u de gebruiker toe het laatste cijfer van de code te kiezen. De voorgaande cijfers worden automatisch gegenereerd door het systeem.

  • Gebr. sel. de laatste 2 digits - hiermee staat u de gebruiker toe de laatste twee cijfers van de code te kiezen. De voorgaande cijfers worden automatisch gegenereerd door het systeem.

  • Wijzigingen beperkt – hiermee beperkt u het aantal wijzigingen dat mogelijk is in de geldigheidsperiode van een code. De waarde wordt gedefinieerd in het veld Code wijzigingen limiet van Timers. Zie Timers.

  • Veilige code - als deze optie is ingeschakeld, wordt de code automatisch gegenereerd door het paneel.

Deur & Lezer

 

Herstel kaarten

Indien aangevinkt wordt anti-passback status van kaarten iedere dag rond middernacht gereset.

 

Negeer site code

Als dit selectievakje is ingeschakeld, negeert het toegangssysteem site codes. Als de site code wordt genegeerd, kunt u alleen het kaartnummer toevoegen en het aantal kaartgebruikers verhogen van 100 naar 2.500.

 

Kaartformaten

Klik op Bewerken om de kaartformaten te selecteren die zijn toegestaan op dit paneel.

Zie Ondersteunde kaartlezers en kaartformaten voor meer informatie over ondersteunde kaartlezers en kaartformaten.

Opmerking: Als Wiegand is geselecteerd, zijn alle Wiegand-kaartformaten toegestaan.

Alleen web

Deur mode inschakelen

Selecteer de gebruikersidentificatie die nodig is om deur te openen als het gebied is ingeschakeld. Opties zijn Standaard, Kaart en code, Kaart of code.

Alleen web

Deur mode uitschakelen

Selecteer de gebruikersidentificatie die nodig is om deur te openen als het gebied is uitgeschakeld. Opties zijn Standaard, Kaart en code, Kaart of code.

 

Override lezer leds

Indien aan, dan zullen de LED van de lezers gecontroleerd worden door het paneel.

Engineer

Engineer herstel

(Alleen indien de regio ‘VK’ is gekozen): Als deze optie is ingeschakeld, moet de engineer de bevestigde alarmen herstellen. De optie werkt samen met de functie “Bevestiging”.

 

Engineer uitloop

Als deze optie is geselecteerd, kan de engineer de modus Engineer volledig verlaten terwijl er waarschuwingen actief zijn.

Engineer toegang

Met deze functie stelt u in dat de engineer alleen toegang krijgt tot het systeem als de gebruiker dit toestaat.

Als de optie is uitgeschakeld, is de menuoptie ENGINEER AAN niet beschikbaar op het bediendeel.

Opmerking: Alleen beschikbaar als de Security Grade ‘Onbeperkt’ is. Voor Grade 2/3 is gebruikerscontrole of engineertoegang tot het systeem altijd beschikbaar.

Leverancier toegang

Met deze functie stelt u in dat de engineer alleen toegang krijgt tot het systeem als de gebruiker dit toestaat.

Als de optie is uitgeschakeld, is de menuoptie LEVERANCIER AAN niet beschikbaar op het bediendeel.

Opmerking: Alleen beschikbaar als de Security Grade ‘Onbeperkt’ is. Voor Grade 2/3 is gebruikerscontrole of engineertoegang tot het systeem altijd beschikbaar als het gebruikerstype 'Beheerder' is.

SMS

 

SMS authentificatie

Kies een van de volgende opties:

  • Alleen PIN-code: Dit is een geldige gebruikerscode.

  • Alleen beller ID: Dit is het telefoonnummer (inclusief de landcode van drie cijfers) zoals geconfigureerd voor SMS-sturingen voor gebruikers. SMS-besturingselementen zijn alleen beschikbaar voor configuratie door de gebruiker als deze optie is geselecteerd.

  • Code en beller ID

  • Alleen SMS PIN code: dit is een geldige PIN-code die is geconfigureerd voor de gebruiker. Deze code is niet gelijk aan de aanmeldcode van de gebruiker. SMS-besturingselementen zijn alleen beschikbaar voor configuratie door de gebruiker als deze optie is geselecteerd.

  • SMS PIN en beller ID

Beleid

Alleen web

Systeem beleid

Configureer het gedrag van het systeem bij inloggen van de engineer en melding van sabotage.

Klik op Bewerken om het algemene gedrag van het systeem in te stellen.

U kunt bewerkingen van het Geavanceerde systeem instellen, of de rapporteer instellingen configureren (Rapportage bij sluiten, Herstel bij sluiten, Beperkte rapportage, en Log bij sluiten) voor de Alarm opties.

Alleen web

Timing beleid

Het timing beleid van het systeem tonen.

Alleen web

Uitgang configuratie

Klik op Bewerken om de instellingen van uitgang voor latch en automatisch inschakelen te configureren (zie Systeem latch en auto in uitgang configuren).

Alleen web

Systeem waarschuwingen

Met deze programmeeroptie kunt u de mogelijkheid van de gebruiker en engineer beperken om waarschuwingen te herstellen, te overbruggen en uit te stellen. De wijze waarop het systeem reageert op waarschuwingen, kan ook worden geprogrammeerd.

Alleen web

Zone alarm

Selecteer of de gebruiker en engineer bepaalde zonealarmen kunnen herstellen, uitstellen of overbruggen.

Alleen web

Zone sabotage

Selecteer of de gebruiker en engineer bepaalde zonesabotages kunnen herstellen, uitstellen of overbruggen.

Alleen web

Bediendeel display beleid

Selecteer gebeurtenissen die zowel in de modus Ingeschakeld als Uitgeschakeld moeten worden getoond op bediendelen.

Alleen web

Bediendeel LED beleid

Selecteer welke LED's zowel in de modus Ingeschakeld als Uitgeschakeld moeten worden getoond op bediendelen.

Alleen web

Systeem algemeen beleid

Selecteer de volgende opties voor het beheer op afstand van het systeem en de alarm- en sirene-instellingen:

- Geen bevestigd alarm indien gedeeltelijk in

- Blok remote herstel

- Blok remote overbruggen

- Blok remote uitstellen

- Geen externe sirene indien gedeeltelijk in

- Vertraag doormelding tijdens inlooptijd

- Bevestigd alarm stopt vertraging

Alleen web

Bevestigd alarm systeemfouten

Selecteer welke systeem fouten een bevestigd alarm geven als minstens een alarm actief is, en welke systeemfouten het alarmpaneel in de voorlopige alarm stand plaatsen.

Gegevens voor Overval

Alleen web

Overval sleutelwoord 1

Voer het eerste sleutelwoord voor overval in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden.

Alleen web

Overval sleutelwoord 2

Voer het tweede sleutelwoord voor overval in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden.

Alleen web

Telefoonnummer 1

Voer het eerste telefoonnummer in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden.

Alleen web

Telefoonnummer 2

Voer het tweede telefoonnummer in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden.

*Een WPA is alleen compatibel met SiWay RF Kit (SPCW110, 111, 112, 114 ).

Zie ook

Gebied toevoegen/bewerken