Opties
-
Selecteer Configuratie > Systeem > Systeem opties.
-
Configureer de velden zoals in de volgende tabel wordt aangegeven.
|
Welke opties worden weergegeven, is afhankelijk van de beveiligingsklasse van het systeem. |
|
Beperking |
Systeem optie |
Omschrijving |
|---|---|---|
|
Algemene instellingen |
||
|
|
Gebieden |
Selecteer deze optie om meerdere gebieden toe te staan in het systeem. Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven voor de installatietypen Huishoudelijk en Commercieel. |
|
|
Gecodeerd herstel |
Alleen klasse 3: Een gebruiker die niet het recht heeft een alarm te herstellen, kan het alarm herstellen met deze functie. Bij het herstellen van een alarm, is een code van 6 cijfers vereist. De gebruiker moet contact opnemen met de installateur om een herstelcode te generen. Met deze code kan de gebruiker het alarm herstellen. |
|
|
Offline sabotage |
Schakel dit selectievakje in als offline uitbreidingszones een zonesabotage moeten genereren. |
|
|
Keyfob herstel |
Selecteer deze optie als met de keyfob waarschuwingen kunnen worden hersteld door te drukken op de toets Uitschakelen. |
|
Alleen web |
Audio expander LED |
Indien aangevinkt zal de LED van de audio uitbreiding niet aangaan als de microfoon actief is. |
|
|
Melden in Eng. mode |
Als deze optie is ingeschakeld, meldt het paneel altijd alarmactiveringen en paniekalarmen. |
|
|
Uitgangen in Eng. mode |
Als deze optie is geselecteerd, worden de volgende onderdelen niet gedeactiveerd in de modus Engineer volledig:
|
|
|
Alarm bij communicatiefout |
Als een waarschuwing ‘Kan niet communiceren’ wordt gegenereerd, worden buitensirenes geactiveerd. |
|
|
Dwang herstarten |
Indien aangevinkt zal dwang alarm herstarten. |
|
|
Paniek herstarten |
Indien aangevinkt zal paniek alarm herstarten. |
|
|
Override lezer leds |
Als deze optie is ingeschakeld, wordt het LED-gedrag van lezers bestuurd door het paneel. |
|
|
Stil tijdens Audio verificatie |
Indien aan, zullen de binnen en buiten sirenes (systeem en gebied), de bediendeel zoemers en spraakboodschappen op het comfort-bediendeel stil zijn tijdens audio verificatie. |
|
|
Watchdog uitgang modus |
Schakelt uitgang 6 op de SPC-controller in voor bewakingsdoeleinden. De volgende bedrijfsmodi kunnen worden geselecteerd voor de uitgang watchdog:
De volgende opties combineren de ingeschakelde optie met de hardwarefoutrapportering bij een ernstige fout van de microprofessor. Als een dergelijke fout zich voordoet, wordt een SIA-gebeurtenis naar PAC1 gestuurd. Opmerking: De PAC moet worden geconfigureerd om SIA en SIA uitgebreid 1 of 2 te gebruiken. CID en FF worden niet ondersteund door deze rapporteringsmethode.
De gemelde SIA-gebeurtenis is HF en de uitbreide SIA meldt de hardwarefout. Opmerking: Hardwarefouten worden niet gemeld als de ingenieur in het systeem is aangemeld. Voor meer informatie over ARC's, zie ARC's (Alarm Reporting Centres). |
|
|
SPCP355 |
VdS-voeding inschakelen. Voor VDS-installaties wordt deze optie automatisch geselecteerd. |
|
|
Sirene bij inschakelen mislukt |
Schakel dit selectievakje in om de interne sirene te activeren als het instellen van het systeem is mislukt. |
|
|
Flits bij inschakelen mislukt |
Schakel dit selectievakje in om het flitslicht te activeren als het instellen van het systeem is mislukt. |
|
|
Verberg overbrugging |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden overbruggingsberichten niet meer weergegeven op het keypad. |
|
|
Accucapaciteit |
Totale batterijcapaciteit in AH, alleen voor paneel (3–100Ah). U moet deze waarde en de Max stroom invoeren als u wilt dat de resterende batterijduur wordt weergeven op het keypad bij een stroomstoring. Dit wordt aangegeven onder de menuoptie STATUS > BATTERIJ > BATTERIJ TIJD. |
|
|
Max stroom |
De totale stroomopname van de batterijen bij een stroomstoring (30–20000mA). U moet deze waarde en de Batterij capaciteit invoeren als u wilt dat de resterende batterijduur wordt weergeven op het keypad bij een stroomstoring. Dit wordt aangegeven onder de menuoptie STATUS > BATTERIJ > BATTERIJ TIJD. |
|
Deelschakeling |
||
|
|
Deelschakeling A hernoemen |
Voer een geschikte naam in voor de modus DEELSCHAKELING A (bijvoorbeeld Nachtmodus). |
|
|
Deelschakeling B hernoemen |
Voer een geschikte naam in voor de modus DEELSCHAKELING B (bijvoorbeeld Alleen verdieping 1). |
|
Alarm |
||
|
|
Sirene bij eerste |
Schakel dit selectievakje in om relevante sirenes te activeren bij een onbevestigd alarm. Als dit selectievakje is uitgeschakeld, worden de desbetreffende sirenes alleen geactiveerd bij een bevestigd alarm of als de detector die het onbevestigde alarm heeft veroorzaakt, opnieuw wordt geactiveerd. |
|
|
Sirene hertrigger |
Schakel dit selectievakje in als sirenes opnieuw moeten afgaan als een tweede activering van een zone wordt gedetecteerd (nadat de sirenetijd is verstreken). Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, klinken de externe sirenes maar één keer. |
|
Alleen web |
Verbied inschakelen met waarsch. |
Indien aangevinkt kan een gebruiker geen gebied inschakelen als er een gebied of systeem waarschuwing actief is op het systeem. Opmerking: Deze optie is alleen beschikbaar als bij Standaarden > Regio Zwitserland is geselecteerd of als de Beveiligingsklasse 'Onbeperkt' is geselecteerd. |
|
|
Herstel bij uitschakelen |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden waarschuwingen in de modus Uitgeschakeld automatisch gewist na 30 seconden. Opmerking: Om te voldoen aan PD6662 moet u deze optie uitschakelen. |
|
|
Antimask inschakelen |
Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld als gevolg van antimask detectie als het paneel wordt ingeschakeld. Opties zijn Uitgeschakeld, Sabotage, Probleem en Alarm. De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:
|
|
|
Antimask uitschakelen |
Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld als gevolg van antimask detectie als het paneel wordt uitgeschakeld. Opties zijn Uitgeschakeld, Sabotage, Probleem en Alarm. De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:
|
|
|
EOL buiten bereik bij syst. UIT |
Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van een EOL buiten bereik als het paneel uit is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem. De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:
|
|
|
EOL buiten bereik bij system IN |
Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van een EOL buiten bereik als het paneel ingeschakeld is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem. De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:
|
|
|
Zone onstabiel bij uitgeschakeld |
Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van Zone onstabiel als het paneel uit is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem. Een zone is onstabiel als niet binnen 10 seconden een geldige sample kan worden verkregen. De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:
|
|
|
Zone onstabiel bij ingeschakeld |
Selecteer het type gebeurtenis dat wordt gemeld bij detectie van Zone onstabiel als het paneel ingeschakeld is. De opties zijn: Uitgeschakeld, Sabotage en Probleem. Een zone is onstabiel als niet binnen 10 seconden een geldige sample kan worden verkregen. De optie kan alleen worden geconfigureerd als het paneel in de modus 'Onbeperkt' is. In de modus Grade 2 of 3 is het gemelde gebeurtenistype in overeenstemming met de normen voor de geselecteerde regio:
|
|
|
End of Line |
Selecteer de EOL-afsluitweerstanden die van toepassing zijn op Alle zones op het systeem of nieuwe zones die zijn toegevoegd aan het systeem. Selecteer een waarde om de geschikte functie in te schakelen. Schakel het selectievakje Update alle zones in als u een nieuwe EOL-instelling wilt toepassen op alle bestaande zones. Als u de waarde End of Line wijzigt maar dit selectievakje niet inschakelt, worden de nieuwe instellingen alleen toegepast op zones die worden toegevoegd nadat de waarde is gewijzigd. |
|
|
EOL breed |
Als deze optie is ingeschakeld, wordt EOL breedband gebruikt. |
|
|
Waarschuwing hoorbaar |
Indien aangevinkt dan triggeren WPA* verdacht alarmen akoestische en visuele indicaties op het keypad (alleen financiële modus). |
|
|
Seismische test bij Manueel in |
Indien aangevinkt dan zullen alle seismische sensoren in elk gebied dat wordt ingeschakeld, getest worden voor het inschakelen (alleen financiële modus). |
|
|
Automatisch herstel |
Schakel deze functie in als u waarschuwingen op het systeem automatisch wilt herstellen, dat wil zeggen wanneer de open zone die een alarm heeft geactiveerd, wordt gesloten, hoeft u de waarschuwing niet handmatig te herstellen op het keypad of de browser. Als de optie is uitgeschakeld, kan de gebruiker waarschuwingen niet herstellen door de ingang te resetten die de waarschuwing heeft geactiveerd. |
|
|
Uitgangsalarm |
Aangezet: Als een non-inloop/uitloopzone wordt geactiveerd tijdens de aftelling van de uitloopvertraging, wordt een lokaal alarm geactiveerd door een rinkelende bel. Uitgezet: Als een non-inloop/uitloopzone wordt geactiveerd tijdens de aftelling van de uitloopvertraging, wordt een lokaal alarm geactiveerd door een rinkelende bel. Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven als de klasse Onbeperkt is geselecteerd aangezien het aanzetten ervan niet in overeenstemming is met EN50131. Als u de Regio Zwitserland of België kiezen onder Standaard Compliance instellingen, is deze optie automatisch ingeschakeld, maar niet zichtbaar onder Opties. |
|
|
Alarm bij ingang |
Aangezet: als een non-inloop/uitloopzone wordt geactiveerd tijdens de aftelling van de inloopvertraging, wordt een lokaal alarm geactiveerd door een rinkelende bel. Uitgezet: Als een non-inloop/uitloopzone is geactiveerd tijdens de volledige afteltijd voor de inloop, wordt geen alarm geactiveerd. Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven als de klasse Onbeperkt is geselecteerd aangezien het aanzetten ervan niet in overeenstemming is met EN50131. Als u de Regio Zwitserland kiest onder Standaard Compliance instellingen, is deze optie automatisch ingeschakeld, maar niet zichtbaar onder Opties. |
|
Bevestiging |
||
|
|
Bevestiging |
De variabele Bevestiging bepaalt wanneer een alarm moet worden beschouwd als een bevestigd alarm.
|
|
Bediendeel |
||
|
|
Toon status altijd |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de inschakelstatus van het systeem (Ingeschakeld/Deelschakeling/Uitgeschakeld) permanent weergegeven op de onderste regel van de keypaddisplay. Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, wordt de inschakelstatus na 7 seconden niet meer weergegeven op de bediendeeldisplay. |
|
|
Toon open zones |
Indien aangevinkt worden open zones getoond op het bediendeel in uitgeschakelde toestand. |
|
|
Oproep PAC bericht |
Indien het selectievakje is ingeschakeld, wordt het ARC-bericht tot 30 seconden na uitschakeling op het keypad getoond, nadat bevestigd alarm is doorgemeld. |
|
|
Oproep PAC details 1 |
Bericht dat getoond moet worden op regel 1 van het bediendeel (16 tekens). |
|
|
Oproep PAC details 2 |
Bericht dat getoond moet worden op regel 2 van het bediendeel (16 tekens). |
|
|
Toon camera's |
Indien aangevinkt zullen offline camera's getoond worden op het bediendeel in uitgeschakelde modus. |
|
Log Keypad toegang |
Schakel deze optie in om de keypadtoegang van de gebruikers te registreren (succesvolle en mislukte pogingen). |
|
|
|
Taal in dagstand |
Selecteer de taal die wordt weergegeven bij inactiviteit.
|
|
Vereenvoudigd menu gebruiken |
Schakel deze optie in voor het gebruiken van vereenvoudigde in-/uitschakelmenu's op de ‘Comfort’ en ‘Compact’ keypads (alleen voor één gebiedconfiguratie). |
|
|
PIN |
||
|
|
Code lengte |
Voer het aantal cijfers in voor gebruiker-PINs (max. 8 cijfers). Als u een groter aantal tekens kiest, worden bestaande PIN's aangevuld met voorlopende nullen. De PIN 2134 (4 tekens) verandert bijvoorbeeld in 00002134 als het aantal tekens wordt ingesteld op 8. Als u een kleiner aantal tekens kiest, worden voorlopende nullen verwijderd bij bestaande PIN's. De PIN 00002134 (8 tekens) verandert bijvoorbeeld in 02134 als het aantal tekens wordt ingesteld op 5. Opmerking: Deze optie kan niet worden gewijzigd als er in SPC Manager een digit mode is ingesteld voor PIN's. Zie SPC manager. Opmerking: PIN-codes moeten bestaan uit meer dan 4 tekens om te voldoen aan INCERT-goedkeuringen. |
|
|
Tag + code |
Als deze optie is geselecteerd, zijn zowel de kaart als de PIN vereist. |
|
|
Gebruiker dwang |
Selecteer een van de volgende Dwang-opties om deze functie te activeren op het systeem.
Dwang moet worden ingeschakeld voor individuele gebruikers. Zie paragraaf over Een gebruiker toevoegen/bewerken. |
|
|
PIN-beleid |
Klik op Bewerken om opties te selecteren voor PIN-gebruik.
|
|
Deur & Lezer |
||
|
|
Herstel kaarten |
Indien aangevinkt wordt anti-passback status van kaarten iedere dag rond middernacht gereset. |
|
|
Negeer site code |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, negeert het toegangssysteem site codes. Als de site code wordt genegeerd, kunt u alleen het kaartnummer toevoegen en het aantal kaartgebruikers verhogen van 100 naar 2.500. |
|
|
Kaartformaten |
Klik op Bewerken om de kaartformaten te selecteren die zijn toegestaan op dit paneel. Zie Ondersteunde kaartlezers en kaartformaten voor meer informatie over ondersteunde kaartlezers en kaartformaten. Opmerking: Als Wiegand is geselecteerd, zijn alle Wiegand-kaartformaten toegestaan. |
|
Alleen web |
Deur mode inschakelen |
Selecteer de gebruikersidentificatie die nodig is om deur te openen als het gebied is ingeschakeld. Opties zijn Standaard, Kaart en code, Kaart of code. |
|
Alleen web |
Deur mode uitschakelen |
Selecteer de gebruikersidentificatie die nodig is om deur te openen als het gebied is uitgeschakeld. Opties zijn Standaard, Kaart en code, Kaart of code. |
|
Override lezer leds |
Indien aan, dan zullen de LED van de lezers gecontroleerd worden door het paneel. |
|
|
Engineer |
||
|
|
Engineer herstel |
(Alleen indien de regio ‘VK’ is gekozen): Als deze optie is ingeschakeld, moet de engineer de bevestigde alarmen herstellen. De optie werkt samen met de functie “Bevestiging”. |
|
|
Engineer uitloop |
Als deze optie is geselecteerd, kan de engineer de modus Engineer volledig verlaten terwijl er waarschuwingen actief zijn. |
|
|
Engineer toegang |
Met deze functie stelt u in dat de engineer alleen toegang krijgt tot het systeem als de gebruiker dit toestaat. Als de optie is uitgeschakeld, is de menuoptie ENGINEER AAN niet beschikbaar op het bediendeel. Opmerking: Alleen beschikbaar als de Security Grade ‘Onbeperkt’ is. Voor Grade 2/3 is gebruikerscontrole of engineertoegang tot het systeem altijd beschikbaar. |
|
|
Leverancier toegang |
Met deze functie stelt u in dat de engineer alleen toegang krijgt tot het systeem als de gebruiker dit toestaat. Als de optie is uitgeschakeld, is de menuoptie LEVERANCIER AAN niet beschikbaar op het bediendeel. Opmerking: Alleen beschikbaar als de Security Grade ‘Onbeperkt’ is. Voor Grade 2/3 is gebruikerscontrole of engineertoegang tot het systeem altijd beschikbaar als het gebruikerstype 'Beheerder' is. |
|
SMS |
||
|
|
SMS authentificatie |
Kies een van de volgende opties:
|
|
Beleid |
||
|
Alleen web |
Systeem beleid |
Configureer het gedrag van het systeem bij inloggen van de engineer en melding van sabotage. Klik op Bewerken om het algemene gedrag van het systeem in te stellen. U kunt bewerkingen van het Geavanceerde systeem instellen, of de rapporteer instellingen configureren (Rapportage bij sluiten, Herstel bij sluiten, Beperkte rapportage, en Log bij sluiten) voor de Alarm opties. |
|
Alleen web |
Timing beleid |
Het timing beleid van het systeem tonen. |
|
Alleen web |
Uitgang configuratie |
Klik op Bewerken om de instellingen van uitgang voor latch en automatisch inschakelen te configureren (zie Systeem latch en auto in uitgang configuren). |
|
Alleen web
|
Systeem waarschuwingen |
Met deze programmeeroptie kunt u de mogelijkheid van de gebruiker en engineer beperken om waarschuwingen te herstellen, te overbruggen en uit te stellen. De wijze waarop het systeem reageert op waarschuwingen, kan ook worden geprogrammeerd. |
|
Alleen web
|
Zone alarm |
Selecteer of de gebruiker en engineer bepaalde zonealarmen kunnen herstellen, uitstellen of overbruggen. |
|
Alleen web
|
Zone sabotage |
Selecteer of de gebruiker en engineer bepaalde zonesabotages kunnen herstellen, uitstellen of overbruggen. |
|
Alleen web
|
Bediendeel display beleid |
Selecteer gebeurtenissen die zowel in de modus Ingeschakeld als Uitgeschakeld moeten worden getoond op bediendelen. |
|
Alleen web
|
Bediendeel LED beleid |
Selecteer welke LED's zowel in de modus Ingeschakeld als Uitgeschakeld moeten worden getoond op bediendelen. |
|
Alleen web
|
Systeem algemeen beleid |
Selecteer de volgende opties voor het beheer op afstand van het systeem en de alarm- en sirene-instellingen: - Geen bevestigd alarm indien gedeeltelijk in - Blok remote herstel - Blok remote overbruggen - Blok remote uitstellen - Geen externe sirene indien gedeeltelijk in - Vertraag doormelding tijdens inlooptijd - Bevestigd alarm stopt vertraging |
|
Alleen web
|
Bevestigd alarm systeemfouten |
Selecteer welke systeem fouten een bevestigd alarm geven als minstens een alarm actief is, en welke systeemfouten het alarmpaneel in de voorlopige alarm stand plaatsen. |
|
Gegevens voor Overval |
||
|
Alleen web |
Overval sleutelwoord 1 |
Voer het eerste sleutelwoord voor overval in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden. |
|
Alleen web |
Overval sleutelwoord 2 |
Voer het tweede sleutelwoord voor overval in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden. |
|
Alleen web |
Telefoonnummer 1 |
Voer het eerste telefoonnummer in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden. |
|
Alleen web |
Telefoonnummer 2 |
Voer het tweede telefoonnummer in dat in een gebeurtenis Overvalinformatie (HD) aan het CMS moet worden gezonden. |
*Een WPA is alleen compatibel met SiWay RF Kit (SPCW110, 111, 112, 114 ).
Zie ook